Over storm, hulptroepen, overprikkeling en dat allerlaatste redmiddel

Bron: Pixabay.com

‘Heb jij ook dat je eigenlijk zit te wachten tot het weer misgaat? Het gaat eigenlijk een beetje te goed hè?’ Een maand geleden. Ik zit tegenover een andere autimama en het gaat goed met onze beide jongens. Maar de onrust zit zo dicht tegen de oppervlakte, dat die bijna voelbaar is.

Bron: Pixabay.com
Bron: Pixabay.com

Inmiddels zit mijn gezin midden in die onrust. Ik koester de momenten dat we ons in het hart van de storm bevinden. Waar het stil is. Tesse die een sudoku maakt. Tesse die een level haalt in een spel op de iPad. Tesse die een vogel bouwt van Lego.

We hoorden het al een paar weken bulderen, maar dat was ver weg. Dat was op school. ‘We kunnen hem thuis prima aan hoor’. Ik hoor het mezelf nog zeggen en het was waar. Inmiddels durf ik erbij te zeggen: ‘Maar het is niet leuk meer’.

De storm komt opeens en volop. Van windstil naar kracht 12. Tesse die het tijdschrift met de sudoku op de grond smijt: de tv staat op de verkeerde zender. Tesse die het volgende level op de iPad net niet haalt: ik kan de iPad nog net vangen. Tesse die ziet dat Semme aan zijn Lego komt: ik kan ze nog net uit elkaar trekken.

Bron: Pixabay.com
Bron: Pixabay.com

Ik houd mezelf voor: aandacht. Aandacht houden voor wat ik zelf voel, een grens afbakenen. Aandacht hebben voor wat achter zijn frustratie zit, afleiden, met hem blijven praten. Met manlief blijven praten, met ervaringsdeskundigen en andere experts blijven praten. Maar ik voel dat de grens wiebelt en Tesse zich vaker afsluit voor mijn aandacht.

Na een ongelooflijke slechte week op school, lijkt het daar nu wat beter te gaan. De onrust heeft een nieuwe locatie bereikt: thuis. Vanmiddag kwamen we op een breekpunt. Ik raakte geëmotioneerd en Tesse lachte. Ik snapte onmiddellijk dat hij mij niet uitlachte, maar gewoon niet meer wist wat hij met de situatie aan moest. Maar dat betekent niet dat het geen pijn deed. Ik heb hem naar zijn kamer gestuurd. Allebei even afkoelen, later weer praten.

Bron: Pexels.com
Bron: Pexels.com

Dat praten lukte. Maar ik heb niet het gevoel dat we uitgepraat zijn nu. Dat het morgen beter gaat. Want het is nog steeds december. Het is nog steeds chaos en drukte. En Tesse is nog steeds gigantisch overprikkeld. We kunnen morgen best weer net zo tegenover elkaar staan. Ik heb wel geleerd van vandaag: hij kan niks met mijn emoties. Tesse heeft er even geen boodschap aan dat ik me vertwijfeld afvraag waaróm hij in hemelsnaam niet ook maar een béétje kan luisteren.

Gelukkig luisteren anderen wel. Hulptroepen. Wat fijn zeg. Vierde gesprek in vier weken gehad op school. Vijf mensen bij elkaar die het beste met Tesse voor hebben. Niet: hij heeft nu weer dát gedaan. Maar: hoe kunnen we hem helpen? We zijn allemaal bezig: bellen, mailen, regelen. Gisteren een fijn telefoongesprek met een dame die vooral praktische zaken regelt maar ook heel goed kan luisteren. En het ATN. Hoefde van ons lange tijd niet. Nu zeggen we: kom maar binnen, we doen het voor Tesse.

Bron: Pexels.com
Bron: Pexels.com

We storten ons volop in het proces, trekken alle registers open. Met één doel: Tesse helpen voordat  we voor die ene keuze staan. Die keuze aan het einde van de storm. Vanmiddag werd de vraag voor het eerst hardop gesteld: ‘Hebben jullie weleens gedacht aan medicatie?’ Sindsdien raast het in mij. Ik heb een eerlijk antwoord gegeven: ‘Alleen als aller-aller-aller-laatste redmiddel’.

Ik weet wel waarom ik vanmiddag emotioneel werd: Tesse kom op, kom voor de volle honderd procent terug bij ons, zodat wij die keuze niet hoeven te maken. Maar een storm gaat niet liggen voor ‘ie uitgeraasd is.

Tine van Knijff

13

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *