Drie is een vork

Bron: Pexels.com

We zitten als gezin aan tafel en eten patat met frikandel. Ik snijd Semme zijn frikandel in stukjes. Hij kijkt er even naar en roept ‘Drie!’. Dus ik pak een vork voor hem.

Bron: Pixabay.com
Bron: Pixabay.com

‘Ja, die!’, roept Semme en prikt een stukje frikandel aan zijn vork.

Manlief kijkt naar Semme, naar mij en weer naar Semme. Hij fronst zijn wenkbrauwen. ,,Drie is een vork”, zeg ik tegen hem terwijl ik mijn schouders ophaal. ,,Jullie zijn echt alle drie maf”, zegt hij lachend.

Ik weet wat ‘ie bedoelt. Semme zijn frikandel was niet in drie stukjes gesneden, maar in veel meer stukjes. Ik weet dat veel mensen hem hadden willen corrigeren: ‘Nee, dat zijn geen drie stukjes, dat zijn veel meer stukjes’.

Maar dat was helemaal niet de vraag die Semme wilde beantwoorden.

Detail

Semme houdt er niet van frikandel met zijn hand te eten, dat weet ik. De oplossing is dus het eten van de frikandel met een vork. Dat is handiger dan met een mes of lepel, weet ook Semme.

Datgene wat de vork onderscheidt van de mes en de lepel, is het hebben van tandjes, waar drie openingen tussen zitten. Drie. Semme zag dat detail van de vork voor zich, want dat is precies wat die vork zo handig maakt als je frikandel wilt eten.

Bron: Pexels.com
Bron: Pexels.com

Ik zag het plaatje ook voor me, dus het pakken van een vork als Semme ‘drie!’ roept is een logische reactie. Semme kan heus wel vork zeggen. Hij kan een heleboel zeggen. Maar daar gaat het dus niet om.

Tesse besteedt niet eens aandacht aan het gebeuren. Die lééft hele dagen in zo’n wereld, waarin plaatjes als wervelwinden voorbij komen en je maar toevallig twee bij elkaar passende bij elkaar moet zien te grijpen om er praktisch iets mee te kunnen.

Geef me de vijf

Ik lees het boek ‘Geef me de vijf’ van Colette de Bruin. Daarin gaat het om het communiceren met mensen met autisme door steeds gebruik te maken van vijf vragen: wie, wat, wanneer, waar en hoe. Heel praktisch en heel logisch.

bruin-geef-me-de

Je maakt het leven van iemand met autisme makkelijker door geen ingewikkelde vragen te stellen zoals ‘Hoe gaat het met je?’. Dat is een rotvraag. Dan moet je namelijk gaan nadenken over hoe het met je gaat. Hoe gaat het met je lijf, hoe gaat het met je hoofd, wat wil hij of zij precies weten? Hoe gedetailleerd? En gaat het alleen over hoe het vandaag gaat? Of over de hele week?

Iemand met autisme kan een hele poos puzzelen op zo’n vraag, dus als je daarna ook nog gaat vragen: ‘Wat wil je drinken? En we hebben appeltaart en kwark, welke wil je?’ Ho ho, je hebt nog geen antwoord op vraag één en nu stel je meteen nog twee vragen? Verbinding verbroken, dit wordt niks.

Puppytraining

Ik vind het razend interessant dat je door de juiste vragen te stellen, de juiste antwoorden kan krijgen en daardoor op een nuttige en functionele manier met elkaar kan communiceren.

Een deel ervan is puur conditioneren, een soort puppytraining. Je kind met autisme aanleren dat hij of zij in een bepaalde situatie het beste dit of dat antwoord kan geven. Zodat mensen hun wenkbrauwen niet gaan fronzen, je goed vooruitkomt op je school en je mooi in de maatschappij past…

Daar zit hem voor mij de crux. Ik houd van drie is een vork. Ik houd van Tesse zijn wereld en van het feit dat Semme die wereld in en uit lijkt te glippen, maar net wanneer het wel of niet handig is. Een beetje zoals ik zelf doe.

Bron: Pixabay.com
Bron: Pixabay.com

Een prachtig brein

We hebben allemaal een brein dat anders werkt, het ene brein werkt opvallend anders dan het andere. De meeste breinen hebben een groot deel gemeenschappelijk en van dat veilige midden gaan we uit.

Ik ga dat boek wel uitlezen. En deel twee ook. Om Tesse vooruit te helpen in zijn leven is het nodig dat hij kan functioneren. Op dit moment is dat nog niet zo en daar wordt hij zelf ook niet heel gelukkig van: het levert veel gedoe op, vooral op school.

Een praktische methode die we met z’n allen kunnen hanteren om hem te helpen, is daarom welkom.

Maar er moet ook ruimte zijn voor dat prachtige brein. Voor die bijzondere manier van denken die zoveel mensen in de geschiedenis al tot zoveel mooie ontdekkingen heeft gebracht.

En onze kinderen moeten kunnen en durven voelen dat ze tot mooie, grote dingen in staat zijn.

Bron: Pexels.com
Bron: Pexels.com

Eigen gedachten

Kinderen hebben het nodig om te weten dat ze er mogen zijn, dat ze er toe doen met hun hele hebben en houden. We leren ze wel dat het handig is om je soms aan te passen aan andere mensen, omdat ook op dat level communiceren prettig kan zijn, als je eenmaal weet hoe dat moet.

Omdat het je vriendschappen kan opleveren, omdat je van elkaar kunt leren.

Maar we leren ze ook dat anders zijn mag. Je mag best anders denken over bepaalde dingen. Er moet ruimte zijn voor je eigen gedachten en je eigen mening. Voor je bijzondere kijk op dingen. Daar kunnen wij weer van leren.

En soms snappen we het gewoon. In ons huis mag drie best een vork zijn, als het zo uitkomt.

Tine van Knijff

13

Eén gedachte over “Drie is een vork”

  1. Wat mooi! En zo herkenbaar. Hier hebben we ook veel eigen taal. Bv “twee pan” betekent gebakken aardappels, omdat er dan twee koekenpannen op het gas komen. 🙂 Altijd fijn als we elkaar goed begrijpen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *