De tuin moet nog steeds wachten. Andere dingen komen eerst. Het huis vol spullen bijvoorbeeld, dat verdient een grote opruimronde. De tuin verdient dat ook. Maar dient nog deels als opslag.
Aan de ene kant een ontmantelde trampoline en halve schuttingen, aan de andere kant restanten van een oud klimtoestel en stapeltjes stenen.
Langzamerhand verdwijnen de materialen. In een overvolle container of omdat de bewoners er een nieuwe bestemming voor vinden. Zo zijn deze bewoners, weet de tuin. De man tenminste, wat hergebruik betreft. Van haar weet de tuin het eigenlijk niet zeker, zij kan moeilijker wachten.
De tuin doet dat wel, op zijn eigen rustige manier. Stukje bij beetje herovert hij stukjes van zichzelf. Bedekt hij puin met groen, tegelranden met wilde bloemen, boomstammetjes met bloeiend gras.
Als de zon schijnt gaat dat sneller. De tuin verheugt zich stiekem: nu het zomer wordt kan hij sneller dan zij. Hij groeit harder dan zij kunnen opruimen en laten verdwijnen. Het is een kwestie van willen.
Jaren geleden kwamen zij hier en scheerden ze hem vliegensvlug kaal. Geen bomen meer, geen zacht mos, geen trotse varens die hij lukraak en met groot plezier plek had gegeven.
De varens zijn al jaren terug, onverwoestbare oerplanten dat het zijn. De tuin verkneukelt zich intussen over de jonge boompjes die omhoog schieten achterin. Daar waar het bos begint, dat zo ook zijn eigen plannen heeft.
De tuin moet eigenlijk wachten. Maar hij was hier eerst.
Tine van Knijff-van Hijum
Noordvrouw

