Hier in onze wijk

Vlakbij, de diepe blaf van een grote hond. Iets verder weg, ‘doei!’ en een autodeur die dichtslaat. Verder alleen mijn eigen voetstappen en het geritsel van het gras waarin mijn hond snuffelt. Het is zondagavond in onze rijtjeshuizenwijk. 

Terwijl manlief de allerlekkerste nasi klaarmaakt en de kinderen elkaar vervelen, glip ik er even tussenuit. Hoofd leegmaken in een wijk die thuiskomt. Hond is blij met een extra blokje, hij besnuffelt elke struik zoals ik de buurt ‘besnuffel’. Hier en daar zijn de gordijnen dicht, maar op veel plekken zijn ze nog open. Het is nog niet laat.

Etensgeuren variëren van ‘zondag patatdag’ tot een meer exotische kruidenmix. Er woont hier van alles door elkaar. Vind ik mooi aan onze wijk. Ook dat achter het ene raam een box staat, met vlak daarnaast een uitgebluste papa of mama met baby op de bank. Ik gluur niet naar binnen, ik vang een glimp op van een gezinsleven terwijl ik voorbij loop.

Het is raar, in de vorige wijk waar we woonden vond ik het niet fijn om ’s avonds in het donker op straat te lopen. Terwijl de honden die we toen hadden, vast beter raad wisten met ‘kwaadwillenden’ dan de kleine keffer die ik nu bij me heb. En er gebeurt hier ook genoeg. Maar het voelt vertrouwd.

Zondag patatdag

De buurtsuper gaat zo ongeveer dicht. Er staan nog wel auto’s voor het raam, maar de eigenaren daarvan zitten in de aangrenzende patatzaak te wachten op hun bestelling. Zondag patatdag. Zoveel mensen, zoveel rituelen, zoveel overeenkomsten en verschillen.

Het is niet echt koud, toch blaas ik wolkjes. Het wegdek glinstert een beetje; het is vochtig. Zou het weer glad worden vannacht? Morgen lijkt nog zo ver weg. Ik zou nog wel verder willen lopen, maar ik ben al om de wijk heen geweest en erdoor. Het is niet heel groot, er wonen gewoon veel mensen vrij dicht bij elkaar.

Van elkaar gescheiden door vaak behangen muren die lang niet al het geluid tegenhouden. Van elkaar gescheiden door schuttingen, hagen en heggen. Hier en daar is het heel netjes; voortuin aangeharkt, symmetrische bloempotten in de vensterbank. Niks aan om naar te kijken.

Opblaaskrokodil

Leuker zijn de huizen waar van alles staat, ligt en hangt. Wat dóet zo’n lekke opblaaskrokodil daar nou? Vlakbij de voordeur. De zomer is al zolang voorbij, denken de bewoners nu nooit ‘laat ik dat ding even in de container gooien’, als ze er langs lopen? Ik mag niks zeggen. Bij de boompjes in onze voortuin ligt al ruim vijf jaar een bult zand onder een zeiltje. Tsja.

Inmiddels ook meer auto’s door de straten, vaker ‘doei!’. Familiebezoek is voorbij, opa’s en oma’s hebben de kleinkinderen weer even gezien, de nieuwe verkering is voorgesteld, de verjaardagen zijn gevierd. Meer auto’s dan parkeerplekken in onze wijk: in de jaren zeventig kon men nog niet voorzien dat we nu allemaal één of twee auto’s hebben.

Uit de bejaardenwoningen komt opmerkelijk genoeg meer lawaai dan uit de gezinshuizen; de oudjes hebben hun tv’s vrij luid staan. Bijna thuis. Ik merk op dat de lampen boven onze grote tafel best fel zijn, als je er zo vanaf buiten naar kijkt. De inbetween-gordijnen zijn halfdicht. Maar ik zie wel iets: twee guitige koppies, mijn mannetjes. Ik voel me thuis, hier.

Tine van Knijff

Facebook
Facebook
Instagram
Volg via E-mail
RSS

Blij met mijn blog? Volg, like en deel!